jeetje me kreetje

onder de scheve bangdeur
werd onbenulligs geschoven
ik ging op me eigen knieën
wankelde en verloor haar
werelden donderden op mij

een tuimelerkerraam vloog
openend mijn slootjeshanden
met zijn gewiekste ellebogen
ging een kruiwagen om
waar vergezichten verdonkerden

de dichtste muren rammelden
mijn hals wurgde zich door
een spleet speelde het licht
het gewicht sleepte mij
tot een mokerslag buiten

over de sinistere daken sliep
een hele, grote, gevaarlijke
iedereen zat onder zijn tafel
het brood brak uit spontaan
terwijl iedereen tranenhart

gillend renden de straten
tot groen en geel geërgerd
van plat doorweekte mensen
die strand tot stad vermaken
langzaam sluipen wespen bij

de poorten blijven gevangen
in het besef dat klef en hard
beter is dan vers en knapperig
kom ik ga maar eens verhangen
dit gedicht draaft wel zonder mij

mijn wezen doorgebroken
draagt men mij goed en wel weg
de kilometerteller blijft stil
plots voelt alles inene koud
en schreeuwt de diepte: vangen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s