rond boomp een kerst

wat zal ik je nog vertellen over de kerst dit jaarliep door wouden van diep beschaafde woordenterwijl de bomen zich verscholen in de huizen snel had men onschuldigst kleedje aangetrokkenzodat de buren niets vreemds zagen bij hun balengelen hadden om kosten te besparen lange harenalgauw zou de kamer gevuld zijn met een familiewaar eigenlijk helemaal […]

open arms

gewapend met mijn geschiftentrek ik de verwijderd wereld in mijn leeg broek met kontzakkenwelk een afzakkertje is voor jou peace, no more words, lost in fiction mijn hart loopt over naar jou toon alle losse flodderjurken verwijfde maten ruiken naar wietterwijl jij mij schiet in me kuiten beton, muren, games to play hard spel is […]

mijn onverwacht pretmobiel

zucht voorzichtig in haar oorschelpjebuig mijne hoofd terwijl de zedig kniel ze beweegt op wiegen van de windzingt engelen bijelkaar uit haar keelwiebelt van karakter, valt tegen mij fluister schoorvoetend rond haar hoofdgevuld met strodroog, stugge gedachtes ze draagt onze kreukelig ouwe zakkenrond middel kronkelt wurgend touwin haar vele handen speelt de katachtig schreeuw dat […]

bloedroode meiskes

soms doorwandel ik  bloedje mooi natuurmet bozige rozen die mij prikken op rug ga de terug, keer u om, kies een hazenpad kastanjes ze bekogelen tot bloedens me toedoornatte dekens bladeren duwe die neer het klakken van de vreemder tongen klinkt mijn bloedgroep verzamelt zijnen moedgrijpt mijn balen; duwt voorbij ’t ongeziene druppelkes bloed vormend […]

Levenshapering

Tussen slapeloze en minnekozeligt mijn dromeke van 1000 stukkengebroken door nachtbrakenslijmt vlees van onbekend adresmijn etiketten voor juiste stemmingTussen gezwalk en haangekraaidobbert verlangen op 1000 schepensbeet ik tot hart gevangen zatzoek in mijn gehavende pakkentot geluid verdwaasd mij opzij schuiftTussen huiver en 1000 spaanse vliegenzie ik mijn vermogens tot liefdeopgebouwd uit voorstedelijk betonzoemelt mug rond […]

zwerrufkaters

toen het doek dan gevallenvoorstelling over en klaarvertrokken via de brandtrapongearmd tot slot, lusteloos ieder naar eigen stamkroegin beider nachtelijk woeddestorm verdrongen gevoelensdie de glazige ogen vuldenhunkerbehoeftes bewaterden en zoware, een gedichte klonkal was het dan een krolsche

bons maar

vlak onder het opper vlak ligt ver scholen zon der kinder vreugd klopt bloed dorstig zij lui sterren o pen schrijf mij n ver halen saam klopt het einde maan o pennen ons voor de schijn werpers van goed gelukt stukje bij beet je lui ster deur lach uit