gewoon ergens

’t was in de nacht op een weg in ut land dichterbij dan je denkt in je vaderland met moederhand de ramen gesloten deurtje open, deurtje dicht geen mooie woorden wegen gesloten de hemel te donker een gezicht volle tranen zon beschijt wanden besmet met binnenpret de nacht krijst teer en niemand die zei lieve […]

houd je touwtje

waters sijpelt in ’t oude gronden gelummelde takken zij staan met allen daar op ze ene kluiten haar wortels wroetelen dieper gewoon, natuurlijk, om dat moeten maken plas daar op de plaats voeden zich met stevigst kleien blaadjes wapperen waar luchtigjes aan het tere here trouwtjes wat lijkt chaotisch een geheel zo’n houten met wat […]

strontbril

lente stormt razend binnen zonder iets mijne te vragen alles veranderend naar kleuren die aller ogen pijnigen languit liggend groene zoden luistert naar het daaronder bladeren groeien langs heen bedekkend blik van onbehagen de hond geeft mij  hoop en de boel begint onaangenaam vliegen boven het bestaande van hoop met een strontbril die niet beslaat […]

soms

als het stilst wordt na pijnen der jaren alles zwijgende in mij geen woordbehoefte hier met de tranen vergoten kerende  keer soms is de plotsklaps weggeschoten hoeft nimmerend meer wat kan ik dan nog zeggen wolken in grijsheid woelend niet veel wetend geen meer van woorden zeg je even niets kent slechts het water

stiller zijn

van binnen niets beginnen buiten overal op stuiter muziek die niet van onze is lawaai wat vrolijkt klink onecht drukt de wereld en de kranten wassen draaien, machines hollen maar hier is niets te bekennen nergens waar  allemaal omdraait van machteloosheid en verdriet bonzend boze de kloppende aderen verslagen stil druppen dagen vol warmte voelt […]

even hele helemaal

een bloem geknalt geel van het onkruidige soort blaas dat kind op een pluizenbolletje en woesjj dwarrelt gebloem aan barrelen dwarsend door mij het oude roestbruine tractorretje op de velden trekt op over zwaarbuigende, bekoorlijke aren voldaan keert ik terug van laffende veldslagen een slipper waar achtergelaten op legend strand voetstappend dreunen nog in die […]

waterwegend

water is vloeibaar totdat men gaat koken om de flauwe bocht kijk ik op steeltjes niets valt er mij op dakpannen te blozen   de stomme weg tringelt onophoudbaar hij  dat er gevaar dreigt en iets denderends met een bedachte klerevaart ontgaat mij   het glas is nog helder en zo ijzig koud mijn vuisten […]