beste jij en veel meer ik

en dit is mooi en werkelijk waarjij pracht van een kracht zacht geweldig jouw woord en soortbest van het dacht ook vannacht zing ik jou ogen niet te drogenbewogen van zeven hemelwaters kijk mij hier staan open en blootis het niet ongelooflijk elke keer

wees maar

toe maar, wees maarlees waar, eet raar lach lief, laat leukpraat piep, geef jeuk toe dan, ram bamvlam pan, dameszang roep zacht, slaap nachtgeef acht, wissel wacht toe lief, laat maarslaap zacht, te laat lief wees hart, wees waaswek de morgen met me

niet, nergens, nooit

hoe vaak of ik zou gebak laat het staanproosten ga met raam van propvol cafĂ©weer een toneel leeg vinden als ik het al mensen, mens, wat hebbie je dramamalief hemel, gewoon in de slagroomdroom klap maar in die handen, blije blije blijlacht wereld op ze kant, ja ge gaat maar zal ik dan van jou […]

kijk toch nou eens

wat binnen waskwam weer buitenwat te slapen lagmaakte iets wakker het doek gaf niksprijs aan die zakhij gooide neerwat hij niet had wegstervend geluidingehouden dromenverloren gedachtesomgetoverd falen in de open vertehaalde iets hemboven zijn kunnenbleef hij hangen het doek lag natmet wat ontbraksmeet hij geurloosalle slaap uit ogen uitgeklapt ontberensprakeloos vervallijkt geest opgestaanzal hij ze […]

geen idee

zal ik voor jouvrolijk en in kleur lees je me blijsomber als ik praat smaakt de wereldgelijk retour besteld zend je af en toelege berichten me opgeruimd lijkthet stof waait gevaar sobere kaarsensmoort mijn steelse pan kleurloos blijf ikdonker en uit beeld

de hand van

als schilderijen draagt zijhaar broekje zit vol kunstkwaliteit is dus wat geld kleurtjes, geile kwastjes,waterige taferelen, palet maker van het schoonsdraagt een weinig naamloopt er iedereen mee weg handen, ambacht, zweet,creaties, stofje van geest gedachtes zo gevangenverstopt in onzer dagenwie heeft of gemaakt niemand die zijn naam kleur van zovelen, werkt

buiten de proporties

hoe de grotesk ruimte ziet mij niet’t is me te donker waar ik toch ben boven hoofden brandt ons lampende lichten staan ons ziet liever bij wel je kan er met mijn handen nietraak alles hemeltje onberijkbaar ver zo hoort ik ze engelen en nu vliegenvallende duiven van het torteldak harde grond is piskoud van […]