wie is me verloren

moeizaam druppelende gedachtes komen één voor één op dalend papier totdat smerig ruimte volle is en het langzaam de kale gang inne stroomt welke tot op ’t heden, geheel en al godverlaten is zover het oogske reikt ons goten in ’t stadshart raken verstopt met steeds meer schoone deernes die dieper in de putjes raken […]

droomstatig

als ons ogen zijnde gesloten alle mensen met misplaatst wensen gelukkig, lekkerst buitenslopen staatje van levend bewustzijn grenst aan het vermogen van droom zichtbaar smakend ’t in ruste zijn als dan mijn tijde rond opening alle dieren nog hunne holen verstieren feestend, ronkend in iets diepte gezichten langzaam opdoemen wolkend stoom van jassen afgeblazen zinsgoogelingen […]

dikkie van dwaele

en als ikke het dan echt niet meer weet met al mijn woorden en opgehoopt kennis zit mijn neus klem omdat ik het mijne wil de feiten die verliezen echter de aandacht gedachten speuren van buiten de boekskes encyclopies omzlingelen gezochte zinnen niks weegt meer op tegen het verre dwalen weg van wat wie ik […]

zwarte bladzijden

als boek eens het mij openslaat is in een klap mijn wit gebladzijd de aardige bodem wegwuivend vanaf drijvig etterende pagina’s zie ik niets dan zwart voor ogen en wil mij algauw het dichtslaan verwoed zoek ik naar openingen om enigszins mijn dag in te vullen ontsnappend met schaarsig licht hoe hard ik ook wil […]

druppelen der zoenen

zij en hij en ik en jij en wij en waaromme toch gingen bos in toen de winter aan tochten was wat weken werden jaren van verloorene dagen je liep voorop en iedereen zocht zijn eigenst laan sneeuw verdween en zon liet je niet in koude benen ontblooten en armen waren lijkens wit zoo druppelt […]

golfgeslagen tussen gespartel

duiken als ene kwallebabbel naar de bodems zonder licht beetje gezwemmer in ’t zonnestralen zonder lulkesverhalen groen is het water, blauw zijn golfkes, spiergewit is de hoop papier die hier nu ja voor mij stapelt op honderden bureaus op een gammele tak met een uil in mijne oerlelijke drooom roept dat ie tot de hieren […]

no mos here

‘ t was hiero muisstil alle stenen lagen eeuwen geen egel zag die verschil het zachte groene mos bedekte behoedzaam de stammen van het bos soms schrobde iemand met mosvrees een steentje welk bijdrage van goede wil binnenin de kortste tijd waren de rondborstelige keien ’t langste eind aan het trekken zo groen en onschuldig […]