omgevallen

een kwestie van omvallen vuur zich verspreidde de boel was niet bijzonder vlammen was niet kies zo, in ene klap alles schoon wat nou zwartkijken

ze wil gewoon wit

nadat we alles geverfd hadden was de wereld eigenlijk te wit gebroken vielen we naar achter de grond durfden we niet vies over de bank lag een oud laken zonder om te kijken, gingen we een blok keek om waar we bleven

alles is

afgesloten tussen de deur kieren dicht is alles, alles is open boven kussens de geur floten licht was al, al was onderlopen mest blijft ruiken ingegeven zin oeps, vergeten

top

hij had het in zijn knokige vingers sliep op zijn lappe fluisterbenen ging verder handen viavia wanden voet naast sproet wat hoger hak en hoger tots de misstap

altijd wat

waarom schoppen tegen de vorige generatie wachtte op zijn eigen voelde alweer prima zicht de luxe achternagezeteld door het volgende legde hij zijn werk netjes neder rende maar verder voor heel oneven fruit

spring

spring, spring op ene trein hij kan de niet stoppen je moet nu wagen na wagen grijp de stang stevig niet loslaten, niet loslaten daar gaat die trein met jouwe erop zonder stop alles moet ge laten ook al spring je zo uit je vel we stoppen hier niet ook al wil je wel het […]

erop

je zit, ja, ik zit je zit erop ik stond op keek naar benee verrek, het was waar ik op zat zette het op een stevig lopen

is het over

hoe donker of mijn dagen moge zijn het komt door de opgevlaaide hitte mijn kop douwend onder gene douche in stoute hoop dromen te verdampen al botsend vaar ik hevig uit en zink weg hou mijn weerlicht maar in de gaten dadelijk het stijgen der temperamenten bak je lekkerst nergens pure sjokola

van belang

de natuur mooi waarin ik het leef waarop de ik sta de wereld echt in wat mijn hoofd vol den troepen de zuurstof adem die me vaak stokt maar hoe overleeft

hijderoosje

ze hield niet van de bloemen althans niet hier misschien ergens verre weg waar ze niet gegrepen werden ze hield niet van het water in glazig limonade misschien op enig terras waar ze lekker kon bubbelen ze hield weer het voor gezien vond alles best misschien toch op het wc of waar men niet zo […]

plons

in water ging ten onder niemand keek slechts de kringen langzaam zich uitspreidend op het water bleef drijven nog enkel hij met zijn kringen de ogen eindelijk sluitend boven de werkelijkheid waren zo wij vielen in de gaten harten stortend naarbenee

hoger en hoger

op eerst berg onder welk steen iets voor water wel smeltend gedruppel nog tikkend bonkend stom ronkend op hout het bed klam onder deken wat voor leven

de vertraging zoals gedacht

zo langzaam als ’t smelten van het hoorntjesijs loop ik in hetzelfde spoor wat mij herhaalt stop, kijk even en begin verwoeid te zwaaien duik snelle ik om langzaam te ontsnappen een koud noordwind zingt rond de orgen het hart heeft moeite om te slaan op ergens sleet mijn goeierd goed naar sneller razend zodat […]

verlorene tranen

de dag begon, en zou einden zonder vervloeiende pennenstreek emmeren die vollopen met vocht. regenpijp maakt me een bocht is al weken van zijn plaats en moet nu gemaakt, roept een vrouw een kind probeert de schuifdeur open te krijgen, totdat ze schrikt vele schaduwen gaande langs ramen en voelen aan de sloten alles loopt […]

mest

je laat me achter bij buren de was wappert zonder mij rozen onze uit boeiende tuin staan voor andermans raam op berg ligt alles stinkend je vermaakt je best deez dag ik pas op niemands gevaar dichter dan hier is het gewas

timeboektoe

en ze staan daar maar in de kamers van mijn hart volgepropter met zinnen jij voelt zo het eenzaam tussen godgloeiend heuvels als wat dieper me daaltaal naar vreemde fantasieën opgeborgen onder ons waar spel valt te bezien donker als krappe ruimten die maar niet ontwikkelen tot beeld wat ik heb dus schrijf koortsig van […]

ongepakt

staat voor huis op de heuvels met twee voeten handen zwaaien langs wegen over volle dagen naakt als regen mijn wezen valt voorover jou bank is gelegen paars zijn de haren katje bezorgt jij staat erop toppen van vingers raken nooit noot zo vals is ’t nog wel

uit de kunt

zonder het gevaarlijk sissen van opgezette fluitketel koelkast die me met zijn kou aangaapt als een hol gat zoeken we een hogere trap waar de s niet kan snappen thuis is alles maar ondiep niets om overheen te schrijven daar, daar waar de lichten warmte gloeien en wij, wij emoties zijn gewoon betaald zoeken we […]

geen gezichten

terwijl schreeuwers om aandacht mijn doe ‘k gordijnen vannachter in de was zie zelfs geen handen meer in droger zo schoonst is ’t landschap mijmer ziel ogen knijpen, de tanden met lipstickies dezer wangen opgeblazer gelatenheid kleur vertrekt uit mijn bekender wezen en verruilt voor lijkbleke verschijningen mijn eelterige voeten onderuit trekkend als mijn ik […]

zuinig op zijn

wat is er nog dan dat je van kijk op naar mij in je put geopend vure monden gaap niets dan bang hollend gang nu dat het al te laat zal zijn bespaar je onzinnige toegift zonder een gemene beet ben ik al genoeglijk ziek mijn snakken is te beperkt geef niets meer uit eigen […]

dradeloos

het begon met telefoon die mij kind van een rekening gaf televisie deed zo raar ijskoud zond hij mij alleen sneeuw niemand deed meer open deurbel was ervandoor na klachten de boodschap, de boodschap wie maakt zich echt zorgen om tas sta hier een file te knielen maar voel de klap, en waar is radio […]

bewoond verklaard

was in den beginne lang, lang, ja heel lang hakte nog geen woorden lekker steels en moorden och in het vroege geen gezeur aan me kop mijn hoofd vol luizen de vaat voluit over straat het was nog uit tijd beetje klooien, vlooien overal dieren onbeleefde ik als je speertje achteraan mijne plaats en tijd, […]

ruim van stof

zie ons na u uitdoven toen weer van hier straks is voorbije daar navigerend tussen ster verduisterend de waan kometen veroberen op tijd verschijnt in u vast al heel de ruimten bij ons gaan we zowaar de lucht in ruimteverende afstand aanstekend het gefonkel gefoetjes van de vloertour zien we het bijna allemaal niet groot […]

ruimteveer

had in de hand zo licht, helder blies me weg muren kwamen op afgestormd lucht hapte ik eens per dag met waterscherven niet om vergeten de ruimtecapsules onduidelijke formules nemend in dakgoot met tijden gaan lichtjes in tunnel navels zijn streng twee in de avond zonder zicht altijd blijven weten bezwaartekrachten aan winnend hand krijg […]

de goeden werken

kunt u het maar niet laten en dorst ge naar het woord kijk anders gerust eens terug en leest u ja ouders werken vervul u geestje met vreugd en geen gewaan van een dagt gaat terug naar dat verleden van kanten onklaar verwacht om u verlopen aan te knopen

stop te beginnen

botterbloem, uit wier kouder gronden rukt, in huiselijken plas ijs is ogenblauw, het huiver water, als killer lucht meewerkend stapelt een vallend daar wezen, als enig torend door eenzaam zucht het mij hier deze wind alleen langs ó zo verlatene oren probeer je eens dan tevergeefs als Uwer natuur te maken overal blijvend slechts ziendende […]

zit erop

ons heren dag zit er aan te komen mijnen rust is hier lange niet dan de deur geklepper ongedurig het is vast tijd om naar het buiten toe te gaan

over blijven

deze leegt overspoelend me dit had ik of niet verwachte daar zit ikke dan en het enig met wat resteer is tot weer diep flink gevis in adem te halen

koppelduikel

zijn er twee om een is mij jij was het erbij beiden liggen boven we te staren gevoelens overvaart ongeluk zat niet van onze hoek onhandig capriolen

heilig moet

wat moet ik er zitten van de wie dat is toch werkelijkheid mijne vraag of dat het Gij antwoordt met zo’n mistig verder geniepe zucht waarop af binnen rond het jij of ik dan eens oneens plot vertraag zo is me simpel

pittuh

als mijn dag op de dag dat ik zit in vandaag zo traag mijne pit als ik wil dat mijn dag graag slaag zeg ik: jaaaaaaah

amenland

een 5 minuten in de ochtend lekker het zitten op me kussen proeft leegte en ziet de stilte vewijder me kilte die 5 minuten dat is het al nu wat ik vraag in het morgen van elke vroegte ligt er het stil onder je land intieme kussen van verborgen heb er ons lot in de […]

hoekig

zoek voorbij licht/donker laat niets toe wat kan binnen dringend het besef in niet duidelijk perspectief de verte altijd wat dichter slaak ik en sluip maar kruip langs ochtendgoor blijf versteend op de been zie niemand waar als ik ga en zelfs het wezen van kan niet meer oplichten

bediening op afstand

lag samen verveeld buiten vertrouwde beeld de bekende woorden bleven zingen in mijn het volstromen van koppen opslokkende borrelgenoten het trekken sigaretten lopen kopen zitten goed geen stap verzetten talmen halmen inpalmen paden op, strand boeken en laden vol beloftes uitpuilende schaduwzijden zie jou met of zonder bril in al het donkerblauw

stilstand

in verleden meegezogen verlangens met harde hand opgedrogen en verbrand beelden van toen gedragingen en verzoekingen jaren van schrijnend zwijgen opgelegd kermende pijnen tussen het hard gelach van zij die altijd lachen en praten alles verpletterend onder oorverdovend lawaai gevoel langzaam vermorzeld van jaren die niet konden slechts aanhoren het geoewehoer en lawaai niet voor […]

stringels

dagen verdwijnen in zwart licht lopen mijn voeten zo in het nagedacht jij tekent geuren, humeuren rook adem al van ver langzaam het druppelen levenswater in zoetwaterogen rest aderen die bloedstollend ons dagen mooi verkloten

onderuit

er is ja een stilt die de loop met mij een i-tune radio die mijn gedachten rustigjes wandelt in een temperamento dat alleen mij zint dwalend door nettten of niemand heeft me lekker zo in de gaten en jij was er dus niet toch nee niet net spierwitte dagen vervagen het verlee ze zit me […]

stroopwaffel

bloemen en gedoetjes als de vogels stilgevallen bomend tot in hemels een vreemder wezen die op haren lesje zit niet deze of tijden heen verkrot het zij alles als vergaat om hen heen de kippen verstokken niets dan vleermuizen zo achternagezeten door poezelachtigen ruimt het flinke zooitje sop van zout en rood en een bezopen stralen […]

twaalf

van godemezonen dagschrikkel en hondsmoe uwer ik vol kattenmaden spookt er dus geen loop klauwevoetend in de uren van gedacht kijkt naar tijden toekomend, verdacht roept zij wolven om huilend jouw vragen dom zijn zwij en ik zwartevoetjes van een poeselmeisje bedroefd verheugd godenvrij gelucht niets is nog moet wezens mijn pijnigen hartstikke maf over […]

dicht

er is geen leven meer alles is dicht geslagen vragen zijn als weg zielen vertrappeld zieken geven de geest open slaat alles nooit was er zo dicht

oerhollandsch

het is stamp ende stamp dampend staande ruiters glazig gaand in de rondte gezongen wordt er mee in de huis staat een café weer is het des weekends schuim en luid ’t gelach gerookt wordt er buiten dronken door wie liefde het café is van het huis met zweet op alle ruggen alles hangt, maakt […]

schoon, schoon genoeg

van hele, hele lange benen op rij na rij na rijen dik de dure ex, hele hoge hakjes je moet ze groeten, lachen afvallen zo een voor een totdat er dans uiteindelijk een meiske huilend echt met inhoudend geadem klapt iedereens ontroerd geesten dragende maten het is me een zwaar feest een drankje, een hapske […]

lijsten maken

de ruimte om mij heen het is niets dan grauw en buiten is al niet beter stil staan de penselen weet niet wat mij te doen alles betert dan dit leven houdt ons op de been

oefkes

het niks was er meer niets wat of het deed in alles was kaduuk geen ene kleine hoop ende dan voorallem geen enkele toekomst