nacht van de zevende hemelen

daar stonden we dan, voor den dichter poort van die andere zes in godsnaam, dan maar de zevende, al wil daar geen hondeke zit precies wat we vroeger nodig hadden. ‘gezelligheid kende geen tijd’ dreunde een uptown melodietske bij vermolmd weerbaerstige deur wisten niet hoe snel of we plaats moesten vinden om te nestelen keken […]

dikkie van dwaele

en als ikke het dan echt niet meer weet met al mijn woorden en opgehoopt kennis zit mijn neus klem omdat ik het mijne wil de feiten die verliezen echter de aandacht gedachten speuren van buiten de boekskes encyclopies omzlingelen gezochte zinnen niks weegt meer op tegen het verre dwalen weg van wat wie ik […]

zwarte bladzijden

als boek eens het mij openslaat is in een klap mijn wit gebladzijd de aardige bodem wegwuivend vanaf drijvig etterende pagina’s zie ik niets dan zwart voor ogen en wil mij algauw het dichtslaan verwoed zoek ik naar openingen om enigszins mijn dag in te vullen ontsnappend met schaarsig licht hoe hard ik ook wil […]

het zijn uwen ogen

eigluk zit we allemaal in ons het kieken naar omhoog waar een maan probeert de echte schijnt op te houden natuur liegt me nooit af en toe tusse leeg van creditcards met besmeurd lakens als waarheid aan het licht telkens zie ik ogen, uwen ogen ze beloven me bergen, bergen vol met al wat het […]

oh lievig zee

innig van golven ons emoties dansende de meerminnen het blootvallend op stranden lievig zee, oh neem me blief mee laa toch me niet achter zo hier tussen enkel schelpig wrakhout als wat surfplankig springend zwemvliezen de duikelen die ware zeilen worden ingehaald oh warme zon, ga hier niet onder jouw stralen is mijn allessie tussen […]

droom mij bij

ik die liet alles achter bij me tilde de grond onder vandaan wakkers wezen gaapte me verslagen keekdoor blader ik droom mij bij zoals ook ik jij kussenstromen, sterrenplof denk nog even, stil gebleven jij wandelde achterlangs bang verliet het bekend bodemdiep slaperige stouters waakten mee op lucht lag me de modderkrot droom mij bij […]

druppelen der zoenen

zij en hij en ik en jij en wij en waaromme toch gingen bos in toen de winter aan tochten was wat weken werden jaren van verloorene dagen je liep voorop en iedereen zocht zijn eigenst laan sneeuw verdween en zon liet je niet in koude benen ontblooten en armen waren lijkens wit zoo druppelt […]