sta op

onderaan de trappen, die op rolletjes, de mensen ter bestemming bracht
hoog boven de staalgrijze wolken van hun dagelijks vermogen tot dromen

stond een vrouwe onbehagen; een lelijke, verbouwde, opgemaakte kabouter
als versteend, de mensen op te jagen vanuit het duister wortelstelsel

af en toe een gil vanuit haar grote tenen, die ze heimelijk kon verdwergen
hamelen, hamelen, stamelde soms iemand in zijn eigen zonnig dwaaltje

sta niet op me tenen, was het enige wat eruit kwam. is de weg niet al
het lawaai van de massa overstempelde haar volledigheid en loste haar op

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s